Groenteman op de Dappermarkt

Rijen voor de kassa wil ik niet zien. Net zomin als kwebbelende theemutsen voor het schap met mijn favoriete koekjes. Zonder veel woorden en oponthoud wil ik mijn boodschappen doen. Niets anders wil ik horen dan een begroeting aan de kassa, het door mij te betalen bedrag en een vriendelijk ‘goedemiddag’.
Mijn tante Bep neemt juist alle tijd voor haar boodschappen. Zij is een kind van de markt. Opgegroeid naast de Ten Katemarkt, woont ze als kwieke zeventiger alweer jaren in een zijstraat van de Dappermarkt. Ze kent daar vele marktkooplieden bij naam. Weet van sommige wie de vader is of was, of van welke oom ze hun nering hebben overgenomen.
Zo heeft ze Ronald nog meegemaakt toen hij in dienst van zijn oom was. Zo’n twintig jaar geleden heeft hij de plek van zijn oom overgenomen. Vanaf die tijd ging hij door het leven onder de naam ‘Bloemkool’. Zijn pokdalige gezicht, dat vooral ‘s winters vreemde uitstulpingen liet zien, was daar verantwoordelijk voor. Nooit heeft Ronald daarmee gezeten. Elke dag was feest voor hem. Zijn grappen en grollen, die hij altijd met een bulderende lach afrondde, deden iedereen op de markt goed.
Vrijwel elke dag kwam tante Bep groente en fruit bij hem inslaan. Vroeger stuurde ze haar man er weleens op uit maar ome Gerard is drie jaar geleden na een kortstondig ziekbed overleden. Ronald heeft toen met tante Bep meegeleefd. Vroeg elke dag hoe het met haar ging en schoof haar geregeld zijn beste waar toe. De laatste tijd haalde hij ook weer grapjes met haar uit. Zei vaak luid en duidelijk dat ze niet steeds wulps moest knipogen naar hem. Korting zou het haar toch niet opleveren en breeduit grijzend liet hij haar ook nog weten gelukkig getrouwd te zijn. Ja, jij wel! Nu je vrouw nog, zei tante Bep dan vinnig terug.
Vorig jaar werd Ronald ziek. Zijn bijnaam was toch niet zo onschuldig als hij altijd had gedacht. Die vreemde uitstulpingen bleken kwaadaardig te zijn. Drie maanden geleden heeft tante Bep hem de laatste eer bewezen.
Nu staat er op zijn plaats een Turkse groenteboer. Hij en zijn neefjes zijn hardwerkende mensen. Vriendelijk zeggen ze iedere keer weer, nadat er is afgerekend, ‘bedankt mevrouw’ tegen tante Bep. Beleefd knikkend vervolgt tante dan haar weg. Knipoogt in het luchtledige. Ze weet dat ze er niets aan kunnen doen, die lieve mensen. Maar het blijft jammer dat er geen bulderende lach meer te horen is boven de perziken en sperziebonen.
Richard Nadort is als distributeur werkzaam bij MUG Magazine en geeft regelmatig zijn opinie over kwesties in het nieuws of gewone zaken die hem zijn opgevallen

















