Schrijven of schieten
Als kind stelde ik me voor dat ik het volk zou toespreken vanaf het bordes van het stadhuis. Wat ik te zeggen had was zo onvoorstelbaar nieuw en belangrijk dat ik het zelf nog niet wist. Misschien hoefde dat ook niet. Misschien was het voor het volk al genoeg om mij te zien. Later veranderde het beeld. Nu was ik scherprechter. De mensen trokken in rijen aan mij voorbij en ik wees aan wie mocht blijven leven en wie niet. Ik was Hitler, Mao, Stalin en Pol Pot. Maar ik was pas twaalf en ik had geen geweer.
De jaren verstreken en de werkelijkheid werd me steeds vreemder. Om overeind te blijven concentreerde ik me zo op mijn fantasieën dat ik niemand meer aankeek en geen antwoord meer gaf als iemand me iets vroeg. Nicolien Mizee? Dat was maar een naam. Later, toen ik ging schrijven om te ontdekken wat me bezield had, ontdekte ik (misschien een beetje tot mijn teleurstelling) dat alle grootheidswaan was voortgekomen uit panische angst voor een moeder wier krankzinnigheid zich steeds duidelijker aftekende. Sindsdien heb ik nooit enige interesse kunnen opbrengen voor gekken die de wereld willen redden door geweld te gebruiken. ‘Mohammed B. gaat spreken!’ kopten de kranten jaren geleden opgewonden, toen de moordenaar van Theo van Gogh had toegezegd het woord te nemen tijdens zijn rechtszaak. Het was of heel Nederland in verrukking was omdat mijn achterlijke broertje eindelijk had beloofd zijn mond open te doen. Nu besteedt mijn ochtendkracht al wekenlang vele pagina’s aan een serie waarin het ‘gedachtegoed’ van Anders Breivik wordt geanalyseerd. Gedachtegoed? Een malloot met een geweer.
Op een oude langspeelplaat van de De Stratemaker op Zee Show komt een zeer diepzinnige scène voor. Erik Engerd, het bange jongetje dat iedereen aan het schrikken wil maken, heeft een geheim. Zijn vrienden worden steeds nieuwsgieriger. Ze vleien hem net zo lang tot hij door de knieën gaat. Hij zal het zeggen. Alleen… hij weet het zelf niet. ‘Het is zo geheim dat ik het niet eens aan mezelf heb verteld!’ roept hij. Mohammed B. en Anders B. zijn net als Erik E. Ook zij hebben een geheim dat zo groot is dat ze het niet aan zichzelf hebben verteld. Misschien was er – in het begin van hun leven – een geile pastoor, een gestoorde vader of een door pesterijen verziekte schooltijd. Vele jaren beschaamd zwijgen hebben daar een monster van gemaakt waar geen menselijke vorm meer in te ontdekken valt. En het ene monster brengt het andere voort. Het valt niet mee om te zien wat er aan onze grootheidswanen ten grondslag ligt. Zoveel passie, zoveel lijden vraagt om een grote oorzaak. Iets unieks, waar de wereld paf van staat. Toen ik mijn verleden, mijn angsten en mijn wanen, had onderzocht en daar alleen die rare moeder vond, voelde ik me bekocht. Het boek dat ik erover schreef, leek me niet de moeite waard. Maar zie: het werd een onverwachte bestseller. Om de mensen te bereiken hoefde ik niet gewapend op het bordes van het stadhuis te gaan staan: het was genoeg als ik heel eenvoudig mijn eigen geschiedenis vertelde. Spreken is zilver en zwijgen is lood. Daarom hoeven schrijvers niet te schieten.

















