De nieuwste armen hebben een baan

Schrijver Will Tinnemans publiceerde twee jaar terug Onzeker bestaan, een bundel interviews met mensen die ondanks hun baan toch arm zijn. Onlangs schreef hij het vervolg: Voor jou tien anderen, uitbuiting aan de onderkant van arbeidsmarkt. Tinnemans analyseert de opkomst van een nieuwe klasse in Nederland, die van de werkende armen.
Het fenomeen werkende armen kennen we uit Amerika. In Nederland hebben we immers uitkeringen en een minimumloon. Hoe kunnen hier dan toch mensen zijn met een baan die in armoede moeten leven?
Tinnemans: ,,Neem een alleenstaande moeder met een parttime baan van 24 uur met wisselende arbeidstijden. Dat maakt het haar onmogelijk er een tweede baan bij te nemen. Met die 24 uur komt ze onder het bestaansminimum. Ze zou aanvullende bijstand kunnen aanvragen, maar dat is ontzettend lastig en vernederend. Werkende armen zijn vaak alleenstaande vrouwen met een flexbaan. Flexwerken is enorm toegenomen, tussen 1990 en 2005 is het aantal flexwerkers verdubbeld.Tweeëneenhalf miljoen mensen werken als uitzend-, oproep- of invalkracht. De meesten willen liever een vaste baan, maar die krijgen ze niet. Ook het aantal zzp-ers is de laatste jaren hard gegroeid. Eén op de acht zelfstandigen heeft een inkomen onder de armoedegrens. Tot voor kort beschouwden we de uitkeringsgerechtigden als arm. Door het activerend arbeidsmarktbeleid moesten ze aan de slag. Maar het verhaal dat je erop vooruitgaat als je werkt, gaat niet meer op. Meer dan de helft van de mensen die vanuit een uitkering aan het werk gaan, komt niet uit de armoede. Zo groeit ook in Nederland het aantal werkende armen. We hebben er nu 250.000 tot 300.000. Met hun gezinsleden erbij gaat het om ruim 600.000 mensen.”
‘De overheid heeft ook tonnen boter op het hoofd’
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? ,,In de jaren tachtig begonnen bedrijven productiewerk op grote schaal over te brengen naar lagelonenlanden. De werkgelegenheid in de industrie nam snel af, terwijl die in de dienstensector groeide. In de industrie waren de vakbonden van oudsher sterk, maar in de dienstverlenende bedrijven was de organisatiegraad heel laag. Zo konden al die mensen die in de schoonmaaksector, de supermarkten, de postbestelling, thuiszorg, beveiliging of catering werk hadden gevonden, geen vuist maken. Dat leidde simpelweg tot uitbuiting, onregelmatig werk op onmogelijke tijden tegen een minimumloon. Vooral de opdrachtgevers die al die diensten inkopen hebben tonnen boter op hun hoofd. Ze kiezen altijd voor de goedkoopste aanbieder, zonder oog voor de werknemers. Dat geldt ook voor overheidsinstellingen. Een lichtpunt vind ik de schoonmaakstaking van vorig jaar. Negen weken hebben de schoonmakers gestaakt. Het resultaat was een loonsverhoging van 3,5 procent.”
Zit daar de oplossing, kunnen werkende armen door zich te organiseren uit de armoede komen? ,,Dat kan een deel van de oplossing zijn. Dan moeten de vakbonden wel anders gaan werken. Ze hebben te lang alleen aandacht gehad voor het onderhandelen over de CAO. Veel werkende armen, zoals de zzp’ers, vallen niet onder een CAO. Die mensen moet je actief benaderen. FNV Bondgenoten doet nu overigens prima werk in de schoonmaakbranche en in de supermarkten. Maar er is meer nodig. Onze samenleving staat voor een dilemma. We kunnen verder gaan op de neo-liberale weg, naar nog meer vrije markt. Dan is de onderkant van de samenleving gigantisch de klos. Of we creëren een gecontroleerde vorm van kapitalisme, waarin sociale partners – inclusief de staat – uitwassen kunnen bestrijden. Helaas zie ik in de politiek verbluffend weinig aandacht voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ze worden genegeerd en dat leidt tot onvrede.”
Zouden die mensen niet in opstand kunnen komen zoals laatst in Engeland? ,,Dat kan ook in Nederland. Maar ik vrees dat zo’n opstand slechts een uitbarsting van woede is, zonder blijvend effect. Ik zie meer perspectief in maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat de laatste jaren in de lift zit. Je merkt dat bedrijven gevoelig zijn voor kritiek op de arbeidsomstandigheden van de mensen die bijvoorbeeld in India hun producten maken. Fair trade zou ook hier de norm moeten zijn. Consumenten moeten bereid zijn wat meer te betalen voor eerlijk werk. Een moreel appèl op bedrijven en overheidsinstellingen om meer te letten op de arbeidsomstandigheden van de mensen die ze via via inhuren is hard nodig. Een ander lichtpunt is de vergrijzing. Laaggeschoolden worden in de toekomst schaarser, terwijl de vraag naar hun werk toeneemt. Onder zulke omstandigheden kunnen laagopgeleiden eisen stellen. Maar daar kunnen we niet op wachten. Er moet nú iets gebeuren. Jongeren pikken het niet langer dat ze vastzitten in een ‘fuikbaan’ zonder perspectief. Tegenover de vrijheid van ondernemen staat de plicht om ervoor te zorgen dat mensen onder fatsoenlijke omstandigheden en voor een fatsoenlijk loon zichzelf en eventueel een gezin kunnen onderhouden. Dat geldt zéker in een land waar de overheid mensen de arbeidsmarkt op dwingt omdat ze mét een baan altijd beter af zouden zijn dan zonder.”
Voor jou tien anderen, uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarkt Will Tinnemans
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
128 pagina’s, € 9,95
[Toine Graus Mug Magazine November '11| Will Tinnemans: ‘De onderkant is de klos.’ Foto: Kees Spruijt]
Reageren? »
Reageren?

















