Antikraak moet verboden worden

Vijftigduizend mensen wonen ‘antikraak’ in Nederland. Sinds kort hebben ze een eigen vereniging: de Bond Precaire Woonvormen. Die heeft een radicaal standpunt: antikraak moet verboden worden.
Abel Heijkamp komt geagiteerd de kantine van het Volkskrant-gebouw binnenlopen. ,,Weer huisvredebreuk, nu is de maat vol”, briest hij. ,,Ik kreeg net een telefoontje dat twee medewerkers van een antikraakbureau zonder aankondiging het huis van Ellen zijn binnengekomen. Ze kwam net uit de douche.” Heijkamp torst een flinke koffer mee met een camera. Ellen (niet haar echte naam, red.) wil een nieuw slot laten zetten op haar voordeur om dit soort ongewenst bezoek te voorkomen. Heijkamp gaat dat filmen voor de website van de Bond Precaire Woonvormen. ,,Een slot vervangen mag, dat is volstrekt legitiem. Huisvrede is een mensenrecht, dat in tal van wetsartikelen is vastgelegd.”
Abel Heijkamp (28) is geen jurist, hoewel hij soms zo klinkt. Hij is kunstenaar en maakte in 2009 een documentaire over antikraak met de titel Leegstand zonder zorgen. Daar kwamen zoveel reacties op over misstanden in antikraakpanden dat de wens ontstond er iets aan te doen. In juni 2010 richtte Heijkamp met anderen de nieuwe bond op. Op de website is een hele trits klachten te vinden over het optreden van antikraakbureaus. Die gaan vaak over invallen van medewerkers van antikraakbureaus (soms tot in de slaapkamer aan toe) en over opzegtermijnen van enkele dagen.
En erger. Freek uit Vlissingen kon op een dag zijn woning niet meer in. Er was een ander slot op gezet en zijn hele huisraad was in een container gesmeten, waarbij het nodige was gesneuveld. De bond is niet voor niks opgericht, zo blijkt.
Heijkamp: ,,We roepen iedereen op misstanden bij ons te melden. Het is hard nodig dat antikrakers zich organiseren.”
Het lijkt erop dat antikraakbureaus maar kunnen doen wat ze willen.
,,Antikraakbureaus zijn formeel geen verhuurbedrijven. Ze leveren beveiligingsdiensten aan vastgoedeigenaren. Zo staan ze ingeschreven in de Kamer van Koophandel. Dat beveiligen doen ze door kraakwachten in te zetten. In het begin konden die voor niks in zo’n pand wonen, tot iemand op het idee kwam er geld voor te vragen. Zo transformeerden die bureaus zich tot verhuurbedrijven. Alleen het woord ‘huur’ mijden ze als de pest. Wie huurt, valt onder het huurrecht – dat is taboe in die wereld. Daarom spreken ze over ‘gebruikersovereenkomsten’. Daar kunnen ze in zetten wat ze willen: onaangekondigd bezoek, een opzegtermijn van een week bijvoorbeeld. Ze doen ook niks aan onderhoud, want dat is voor de eigenaar van het pand. Met als gevolg klachten over schimmel, ondeugdelijke geisers en elektra, lekkage etcetera.”
Maar er is toch een keurmerk?
,,In 2009 is de wet Kraken en Leegstand aangenomen. In de Kamer is toen een motie ingediend om een keurmerk in te stellen. Na een jaar is dat geëvalueerd, conclusie: het werkt niet. Dat keurmerk wordt gecontroleerd door de branche zelf. De slager controleert zijn eigen vlees. Nu is dat keurmerk aangescherpt. In Amsterdam hebben de woningcorporaties samen met de Huurdersvereniging een normenset samengesteld, waar antikraakbureaus zich aan moeten houden.”
Het woord ‘huur’ wordt vermeden als de pest
Dan komt alles toch nog goed.
,,Nee, wij willen dat antikraak wordt verboden. Het is niets anders dan een truc om de huurwetgeving te omzeilen. We gaan ook niet met antikraakbureaus onderhandelen zoals de Huurdersvereniging Amsterdam heeft gedaan. Dat keurmerk en die normen helpen niks, dat hele antikraak moet overboord. De corporaties moeten zelf tijdelijke verhuur op zich nemen. Daar zijn ze tenslotte voor. Met dat keurmerk kunnen ze zich blijven verschuilen achter de antikraakbureaus. Dat is niet te rijmen met de sociale verantwoordelijkheid van een woningbouwcorporatie.”
Geen antikraak dus, maar wat dan wel?
,,Ik wil vooropstellen dat antikraak tot nog toe wel degelijk voorziet in de woonbehoefte van veel mensen met een kleine beurs. Wij zijn geen fundamentalisten, die álle tijdelijke verhuur willen lamleggen. Er is een prima alternatief: tijdelijke verhuur onder de Leegstandswet. Onder die wet hebben tijdelijke huurders wel rechten zoals een opzegtermijn van drie maanden, een minimale woonduur van een half jaar en waarborging van hun privacy.”
Tot nog toe is er met die wet heel weinig gebeurd: ,,De reden is dat wanneer een vastgoedeigenaar tot ontruiming wil overgaan, hij een beroep op de rechter moet doen. Die moet ontruimingsverlof geven. Corporaties en anderen zijn bang dat ze hun woningen niet leeg krijgen om te verkopen, te verbouwen of te slopen. Maar dat is koudwatervrees. De rechter maakt een belangenafweging en in verreweg de meeste gevallen geeft hij ontruimingsverlof. Als de verhuurders zich aan de regels houden is er niks aan de hand. Tijdelijke verhuur is juridisch nog een grijs gebied. Binnenkort komt er een uitspraak van de rechter over de Parooldriehoek. Daar zijn woningen langer dan de toegestane vijf jaar in tijdelijke verhuur. Dan moeten ze volgens ons gewoon als sociale huurwoningen worden verhuurd. Best spannend die uitspraak.”
[Toine Graus, Mug Magazine Januari2012| foto: AbelHeijkamp door John Melskens]

















