Versoberde bijstand: jong en werkloos, laat je registreren
De Wet Werk en Bijstand (wwb) is dit jaar fors gewijzigd. Het Juridisch Loket licht de belangrijkste wijzigingen nog eens toe en geeft jongeren een tip: vraag om een aanmeldingsbewijs.
1. Vanaf 1 januari wordt gekeken naar het totale gezinsinkomen. Alle inkomens van leden van een huishouden worden bij elkaar opgeteld, dus ook inkomsten van inwonende kinderen. Hun inkomsten kunnen leiden tot een korting op of zelfs beëindiging van de uitkering van de ouders.
2. De Wet Investeren in Jongeren (wij) is afgeschaft. Voortaan kunnen jongeren van 18 tot 27 na een wachttijd van vier weken een wwb-uitkering aanvragen.
3. De Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (wwik) zou per 1 januari zijn afgeschaft. Onder meer FNV Kiem spande hiertegen een kort geding aan. De rechter gebood een overgangsregeling te treffen voor bestaande wwik-gerechtigden. Dit betekent dat kunstenaars die al onder de wwik vielen hun uitkering niet direct kwijtraken. Nieuwe wwik-regelingen worden niet meer verstrekt.
4. De dubbele heffingskorting voor kostwinners met een bijstandsuitkering wordt afgebouwd. Als dat niet gebeurt, zou het verschil tussen bijstand en minimumloon steeds kleiner worden. In 2019 zou de uitkering zelfs boven het minimumloon komen te liggen. Vanuit de gedachte dat werken moet lonen, wordt deze korting afgebouwd.
5. Jongeren tussen 18 en 27 moeten eerst vier weken op zoek naar werk voor ze bijstand kunnen aanvragen. Als blijkt dat de jongere terug kan naar school, of dat hij zich onvoldoende inzet om werk te krijgen, heeft hij geen recht op een wwb-uitkering. De aanvraag van een uitkering wordt veelal mondeling afgewezen. Om aan te tonen dat de wachttijd is verstreken, is het voor de aanvrager van belang dat hij bij de eerste aanvraag wordt geregistreerd. Vraag als aanvrager dus om een aanmeldingsbewijs.
6. De toegestane duur van een verblijf in het buitenland wordt beperkt voor wwb-gerechtigden. Mensen met een bijstandsuitkering mogen maximaal vier weken per jaar naar het buitenland. Mensen van 65 of ouder met een aanvullende inkomensvoorziening (aio) mogen jaarlijks dertien weken naar het buitenland.

















