Inburgeringsplicht Turken
In het inburgeringsdebat is de inburgeringsplicht voor Turken al jaren omstreden. Vakjuristen hebben al decennia lang aangegeven dat het Nederlandse vreemdelingenbeleid ten aanzien van Turken in strijd is met het internationale recht.
Nadat het Europese Hof van Justitie het Nederlandse beleid met betrekking tot de hoge leges in verblijfsprocedures voor Turken onderuit geschoffeld heeft, is nu ook de strijd over de inburgeringsplicht in het voordeel van de Turken beslecht. Het opleggen van een inburgeringsplicht voor Turken op grond van de Wet Inburgering (Wi) is in strijd met de standstill-bepalingen in verdragen die de Europese Unie circa dertig jaar geleden gesloten heeft met Turkije. Ook het inburgeringsexamen als voorwaarde voor de vergunning voor onbepaalde tijd of voortgezet verblijf is onrechtmatig.
Op grond van deze bepalingen mogen de verblijfsvoorwaarden voor Turken na de totstandkoming van deze verdragen niet worden aangescherpt. De Nederlandse overheid heeft zich decennialang niets van deze standstill-bepalingen aangetrokken, maar is op 16 augustus ook teruggefloten door de allerhoogste nationale rechter, de Centrale Raad van Beroep.
Minister Donner van Binnenlandse Zaken heeft op 7 september per brief alle gemeenten geïnformeerd over de gevolgen van deze uitspraak: Turken die begonnen zijn met inburgeren mogen de cursus afmaken. Het Wi-examen geldt niet meer als bijkomende voorwaarde in het Vreemdelingenrecht. Turken kunnen geen boetes worden opgelegd op grond van de Wi. Reeds betaalde boetes die zijn opgelegd op grond van de Wi worden niet terugbetaald, maar wel zijn gemeenten geadviseerd nog openstaande boetes niet meer te innen. Een reden voor Turken om nu toch het Wi-examen zo snel mogelijk te behalen, kan zijn dat de inburgeringscursus op dit moment nog door de gemeente betaald wordt. Het kabinet wil dit veranderen. In de toekomst zal de inburgeraar de kosten waarschijnlijk zelf moeten dragen. Daarnaast blijft het Wi-examen ook voor Turken een van de voorwaarden om te kunnen naturaliseren tot Nederlander, als er geen individuele vrijstellings- of ontheffingsgrond van toepassing is.
Sara Visbeek

















