De Polen komen|Ga zelf bij bedrijven langs als je werk zoekt|MUG INTERVIEW
De liberale kruistocht van Femke Halsema
Met radio-interview|Pittig gekruid brengt buurtgenoten met elkaar in contact|Scheuren in het vangnet, deel III
Voorschot alleen in geval van broodnood
MUG INTERVIEW
De liberale kruistocht van Femke Halsema
Met radio-interview
Eind vorig jaar presenteerde GroenLinks het manifest ´Vrijheid eerlijk delen´. Een links liberale visie op de modernisering van de verzorgingstaat. Het manifest leidde tot forse kritiek. GroenLinks zou een ruk naar rechts maken. GroenLinks leider Femke Halsema denkt daar uiteraard heel anders over: ´Ik heb het gevoel op de kern van het linkse gedachtegoed te zitten.´
Vrijheid in een vrij land moet niet alleen toekomen aan de mensen met hoge inkomens en alle kansen, maar ook aan mensen die werkloos zijn of in de bijstand zitten. Zij moeten het recht hebben om te emanciperen, om zich los te maken uit de klasse waaruit ze komen, van hun etnische achtergrond, van hun opleidingsniveau en in alle vrijheid hun kinderen kunnen opvoeden. Met andere woorden dat ze kunnen worden wie ze willen zijn.´ Met deze woorden verdedigt Femke Halsema haar keuze voor vrijheid als centrale waarde van haar partij. Voor haar is vrijheid de kern van het linkse gedachtegoed. De emancipatiegedachte krijgt volgens haar vorm door solidariteit met vrijheid te combineren. Halsema vindt dat er in de huidige verzorgingsstaat grote groepen onvrij zijn, en daarom kiest haar partij voor een radicale modernisering. Halsema: ´Maar ik verdedig de uitgangspunten van de verzorgingsstaat, dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, dat niemand in armoede mag leven, dat verdedig ik. Maar ik verdedig niet alle regelingen die we op dit moment hebben, zoals de WW in zijn huidige vorm of de levensloopregeling. We willen niet steeds de oude verzorgingsstaat blijven verdedigen. Ik ontwerp liever een nieuwe die mensen echt kansen geeft.´
De contouren hiervan heeft GroenLinks uitgewerkt in het manifest Vrijheid eerlijk delen. Hierin stelt GroenLinks de arbeidsmarktpositie van zogenoemde ´outsiders´ centraal. Halsema: ´Ik denk dan aan allochtone jongeren onder wie de werkloosheid tot 40 procent is opgelopen, aan bijstandsmoeders die geen kleine baan kunnen vinden, of aan gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Dat zijn allemaal outsiders op de arbeidsmarkt en hun belangen moeten centraal komen te staan.´ Want in de ogen van GroenLinks is, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, de huidige verzorgingsstaat niet breed maar juist selectief. Halsema: ´Het grootste deel van de uitgaven in de sociale zekerheid komt terecht bij een kleine groep bovengemiddeld verdienende oudere werknemers. Zo gebruiken werkgevers de WW om mensen vervroegd te laten uittreden. Maar ik vind dat de sociale zekerheid vooral bedoeld moet zijn voor de mensen die het het hardste nodig hebben.´
Ter inspiratie van die vernieuwing kijkt GroenLinks naar Denemarken. Dat land combineert een flexibele arbeidsmarkt met goede sociale zekerheid met veel aandacht voor reïntegratie. Vooral het pleiten voor een flexibele arbeidsmarkt is GroenLinks op veel kritiek komen te staan. Een deel van de Nederlandse arbeidsmarkt is namelijk al flexibel. En een verdere flexibilisering zal slachtoffers maken. Halsema: ´Het probleem met de huidige arbeidsmarkt in Nederland is dat er een tweedeling bestaat. We hebben een Flexwet en dat is een onding.´ (Met de Flexwet kunnen werkgevers mensen drie arbeidscontracten voor bepaalde tijd geven die samen maximaal drie jaar mogen duren. Pas bij de vierde keer of bij meer dan drie jaar moet een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd worden afgesloten. red.). Halsema: ´Met name jongeren vallen onder die Flexwet, en mensen met weinig kansen. Die worden op flexibele contracten permanent in onzekerheid gelaten en hebben heel weinig mogelijkheden om te groeien in banen. Van deze wet moet je af. Je moet de mensen die nu onder de Flexwet vallen een grotere mate van werkzekerheid gaan bieden.´ Met deze werkzekerheid bedoelt Halsema dat als iemand werkloos wordt, het belangrijk is dat iemand snel weer aan de slag komt.´ Als je een vergelijking maakt tussen Nederland en Denemarken dan zie je dat de werkloosheid onder specifieke groepen in Denemarken veel lager is dan in Nederland. Er is ongeveer evenveel werkloosheid maar mensen zijn in Denemarken veel minder lang zonder betaalde baan. Wat ik in Nederland maar moeilijk te aanvaarden vind, is dat er een groep bestaat die bijna permanent is uitgesloten van het arbeidsproces.´ ´Wij pleiten voor een nieuwe wet met een hoger niveau van bescherming dan de Flexwet, maar lager dan die van de groep oudere werknemers die in de WW terecht zijn gekomen. In die nieuwe wet ligt meer de nadruk op het vinden van ander werk en op onderwijs. We zeggen tegen werkgevers: als jullie van werknemers afwillen dan gaat jullie dat minder geld kosten maar jullie krijgen een veel grotere verplichting om werknemers goed op te leiden.´
Met deze redenatie zoekt Groen- Links aansluiting bij de reeds bestaande wet Poortwachter in de WAO waarbij ook verplichtingen aan werkgevers worden gesteld. Vriend en vijand is het erover eens dat deze wet uitstekend functioneert. Dergelijke mechanismen wil GroenLinks ook invoeren voor de onderwijsverplichting bij het ontslagrecht. Halsema: ´Ja, we hadden het beter verandering van het ontslagrecht kunnen noemen in plaats van versoepeling. Dat had veel minder discussies opgeroepen.´ Een ander veel gehoord punt van kritiek is de bekorting van de uitkeringsduur van de WW. Ook hier is Halsema niet snel uit het veld geslagen: ´Maar heel weinig mensen hebben toegang tot de WW, en tot een goede WW. Wij bekorten inderdaad de duur, maar we zeggen er nog twee dingen bij. De WW moet weer algemeen toegankelijk worden en de WW wordt hoger. Wat wij willen is dat de WW weer echt een uitkering wordt tussen twee banen in. Nu is de WW in Nederland eigenlijk een vorm van prepensioen.´
GroenLinks bepleit in het manifest Vrijheid eerlijk delen nog een aantal andere voorstellen die in het publieke debat maar weinig aandacht krijgen. Zo pleit GroenLinks voor de invoering van een gedeeltelijk basisinkomen, sociale bescherming voor kleine zelfstandigen en freelancers, en introduceert Groen Links een participatieplicht. Halsema: ´De belangrijkste maatregel die wij treffen is de verlaging van de loonkosten waardoor wij 50.000 banen op jaarbasis extra scheppen waarvan vele in de marktsector. We doen dit door middel van een gedeeltelijk basisinkomen voor werkenden. Het leidt ertoe dat je al heel snel voldoende geld verdient om in je bestaan te voorzien. Door het belastingvoordeel kun je met bijvoorbeeld tien uur werken per week het minimumloon verdienen. Wij zijn uiteindelijk ook voor de ontspannen samenleving. Wij vinden het niet noodzakelijk dat iedereen veertig tot vijftig uur of meer per week werkt. Wij vinden het wel belangrijk dat iedereen participeert. Maar je moet ook andere dingen kunnen doen. Werk is niet zaligmakend.´ Om die participatie voor iedereen mogelijk te maken schaft GroenLinks de bijstand af en introduceert de participatiebaan, een variant op de Melkertbaan. ´Werk is vele malen beter voor je toekomstperspectief dan bijstand. Dat wil niet zeggen dat je alles hoeft te accepteren. Wij kennen natuurlijk ook de Work-Firstprojecten, waarbij mensen etiketjes moeten plakken, zonder enige vorm van arbeidsbescherming omdat er gedreigd wordt dat de sociale dienst ingelicht wordt. Dat is niet de bedoeling. We zeggen: er is een plicht tot participeren, dat is inderdaad zo, maar die participatie kan heel veel omvatten. Dat kan klassieke arbeid zijn, maar ook een studie zijn. Dat kan erkend vrijwilligerswerk zijn en dat kunnen leerwerkstages zijn. Dat betekent dus dat mensen zelf veel meer mogelijkheden hebben om iets te kiezen, en daar verdienen zij het minimumloon mee. Er zijn natuurlijk wel grenzen aan die keuzevrijheid. Maar op het moment dat jij zegt: ik heb een vrijwilligersbaan in de speeltuin dan kan de gemeente niet zeggen: wij hebben een schoonmaakbaantje voor je.´
