Ester en Sarah filmden armoede
Filmmaaksters Ester Gould (35) en Sarah Sylbing (30) hebben sinds ze elkaar zes jaar geleden ontmoetten samen een aantal films gemaakt, waaronder 50 Cent (2007), een portret van een bijstandsgezin in Amsterdam Noord. Ze werken nu aan een vervolgfilm.
Ester en Sarah ontmoetten elkaar tijdens een masteropleiding journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het klikte meteen. Sarah: ,,We vonden elkaar zowel inhoudelijk als vriendschappelijk. We kwamen erachter dat we op dezelfde manier naar de dingen kijken.’’
Hun eerste gezamenlijke project was Soy Optimista (2006/7), Ik ben een optimist, een film over een schoonmaakster die in Amsterdam Zuidoost woont en met schoonmaakwerk geld probeert te sparen om de herbegrafenis van haar moeder bij te wonen in Equador.
De in Schotland geboren Ester Gould verhuisde toen ze tien was naar Nederland. Ze heeft film–, televisie– en theaterwetenschappen gestudeerd en begon in het filmvak als researcher bij filmmaakster Heddy Honigmann. Sarah Sylbing haalde in september 2005 haar doctoraalexamen Film- en Televisiewetenschappen. Werkervaring deed ze onder andere op bij AT5 en de VPRO, als regisseur en reseacher.
De documentaire 50 Cent is ontstaan als een opdrachtfilm. De Stichting Public Amusement organiseerde kunstroutes door Amsterdamse wijken. Ester en Sarah kregen het verzoek een documentaire te maken over de Vogelbuurt, met als thema het verschil tussen arm en rijk. ,,Rijk vonden we minder interessant en daarom zoomden we in op armoede. We waren niet zo geïnteresseerd in de schuldvraag, maar meer wat armoede met een mens doet”, zegt Sarah. De logische keuze leek een kind als hoofdpersoon te nemen. Een kind kan er per definitie niets aan doen dat het in een arm gezin geboren is en tegelijkertijd kun je de effecten van armoede op zo’n kind goed zien. ,,Zo hebben we Giovanni gevonden.’’ Een jongetje van acht jaar, dat met vier broertjes en zusjes in een klein hoekhuis woont. Catelijne, de moeder, zit in de bijstand, heeft een enorme schuld en drinkt en blowt meer dan goed voor haar is.
’We waren geïnteresseerd in wat armoede met een mens doet
Giovanni’s vader woont er niet. Hij verdient wat bij door klusjes en boodschappen te doen voor mensen uit de buurt. In die vrij uitzichtsloze situatie heeft Giovanni zo zijn overlevingsstrategie. Hij is een meester in het scharrelen en bietst per week soms wel tien euro zakgeld bij elkaar. ,,Best veel voor een jongen van die leeftijd. Kinderen in de grachtengordel hebben niet zoveel”, volgens Ester. Het is vooral Giovanni’s vader die hem veel geld toestopt, niet uit schuldgevoel, maar meer, in de woorden van Ester ,,uit een soort korte termijn impulsbevrediging. Als je vandaag geld hebt om een feestje te bouwen, dan moet dat vandaag gebeuren. De huur, schoolboeken? Boeit niet, pluk de dag!’’
De sfeer van de film is somber en biedt weinig hoop voor de toekomst. Ester en Sarah zijn het daar niet mee eens. Ester: ,,Helemaal vrolijk is het niet maar ook niet hopeloos en daar gaat onze vervolgfilm precies over.’’ In De Rekening van Catelijne, première in het najaar, is de aandacht meer gericht op de moeder.
,,Catelijne is het echt zat, ze wil haar leven drastisch veranderen’’, zegt Ester. Ze zit nu in de schuldsanering en er is een gezinscoach. Sarah: ,,Ze heeft ingezien dat het zo niet verder kan, heeft geen zin meer in al dat geblow en gedrink. Die vervolgfilm moet gaan over die vraag: lukt het haar?’’
[Charles Braam Mug Magazine juni 2011 | Ester (links) en Sarah, makers van een documentaire over een gezin in de Vogelbuurt in Noord Foto: Michel Hobbij]


















