N-Brabant
Honger in Nederland
TILBURG – Voedselbanken verwachten een sterke toename aantal klanten. De voedselbank in Etten-Leur kampt al met tekorten. lees meer >>
Vier jaar geëist tegen aspergeteelster
DEN BOSCH – De officier van justitie in Den Bosch heeft dinsdag 20 september drie jaar onvoorwaardelijk plus één jaar voorwaardelijk geëist tegen aspergeteelster José Janssen uit Someren vanwege mensenhandel en economische uitbuiting. Dit meldt Omroep Brabant. lees meer >>
Ook in Brabant valt doek voor ID-er
DEN BOSCH/TILBURG – Na Den Haag valt ook in Den Bosch en Tilburg definitief het doek voor de Melkertier. Beide steden schrappen samen ruim 500 ID-banen in onder meer het onderwijs lees meer >>
Opgegroeid in de Apollohal
Het was carnavalzanger Arie Ribbens die de toon zette. Volgens Arie zijn Brabantse nachten namelijk lang en woest. Nou, vergeet het maar. Uit het diepe zuiden borrelden niet meteen beelden op van rock ’n roll. En van die gezellige hedonistische feesten met gilnichten en travo’s, laat staan Arie’s beloofde swingende nachtleven, was ook geen spoor te bekennen. In Bergen op Zoom, waar je steeds het gevoel hebt dat mijnheer pastoor stiekem om de hoek staat te gluren, zijn de cheerleaders dan weer wél jong, mooi, langbenig en vooral schaars gekleed. En als Mokummer word je ook nog eens begroet met ‘houdoe’ en heel belangrijk: het leven schijnt er gemoedelijk te zijn. Amsterdammer Mattijs Hak kan het beamen.
Voor een jonge, ambitieuze basketballer is er in Amsterdam te veel afleiding. Hak, 22 jaar, weet hoe leuk het in zijn geboortestad is. Toch kiest hij liever voor een club in de provincie. Komt ook nog eens bij dat Bergen op Zoom een goed gestructureerde profclub binnen haar poorten heeft. Mattijs Hak is afkomstig uit de roemruchte jeugd van de hoofdstedelijke Mosquito’s. Zo’n twaalf jaar geleden, na een oproep in de krant, meldde de aankomende basketballer zich samen met drie klasgenootjes in de Apollohal. Daar was een ambitieus plan van start gegaan om middels een gedegen jeugdopleiding het kwijnende basketbal een nieuwe impuls te geven. Dat had grote invloed op Haks latere sportleven. Trainers als een Tree Marioneaux en Adrie Willemzorg mogen trots zijn op hun werk: de eerste generatie van ‘hun jongens’ is inmiddels ingelijfd bij diverse profclubs.
Drie jaar geleden werd Hak door de Brabanders gecontracteerd. ,,Ik heb totaal geen spijt dat ik voor de Giants gekozen heb”, vertelt Hak twee uur voor de wedstrijd tegen Amsterdam. ,,In Brabant kan ik mij zonder afgeleid te worden concentreren op het basketbal. Het is belangrijk voor me om op een rustige plek te zijn. Hoe het leven van een prof eruit ziet? Dat is de hele dag bezig zijn met het spel. s’Morgens hebben we krachttraining en de middaguren brengen we door met basketballen.’’ Hak roemt de organisatie bij de Giants. De sociale controle in de Brabantse dorpen mag dan benauwend zijn maar veel wordt goed gemaakt door het saamhorigheidsgevoel. ,,De mensen in de club zijn heel warm, lief. Er zijn hier veel vrijwilligers actief die je met alles helpen. Zo eten wij met het team tussen de middag warm bij de lokale hotelschool.”
Met zijn 1. 90 meter oogt Mattijs tussen boomlange ploeggenoten opvallend klein. In de geest van een bekende filosoof uit Betondorp dat ‘ieder nadeel zijn voordeel hep’, weet Mattijs dat handig te pareren. ,,Inderdaad, voor het basketbal ben ik eigenlijk te klein. Maar wat is nou vijftien centimeter. Ik zit daar niet zo mee. Als je langer bent, ben je ook minder mobiel. Kleiner is vaak handiger en sneller”, sneert de guard.Het gesprek vindt plaats in de ontvangstruimte van de sporthal. Buiten op het parkeerterrein stopt de touringcar van tegenstander Amsterdam. Op die typisch slungelige manier, eigen aan basketballers, komen de spelers binnen. De begroeting met Hak is meer dan hartelijk. Dit zijn duidelijk vrienden. ,,Ik ken het hele team van Amsterdam. Wat dacht je dan? We komen allemaal uit de opleiding van Tree. We zijn allemaal opgegroeid in de Apollohal. Man, man, wat mis ik de Apollohal enorm”, glipt het er emotioneel uit.
De naam van Tree Marioneaux is gevallen. De Amerikaan kwam in de jaren zeventig als prof naar Amsterdam en is er altijd gebleven. Hij is de man die het Amsterdamse basketbal met zijn gedegen jeugdopleiding op de kaart heeft gezet. Voor Mattijs Hak heeft Marioneaux, afkomstig uit New Orleans, een heel speciale betekenis. ,,Tree? Dat is mijn opleider. Hij heeft alle jongens in de Apollohal de liefde en passie voor het basketballen bijgebracht. Hij heeft de grootste invloed op mijn leven gehad en heeft dat nog steeds.” Hak onthult een romantisch verhaal. Tree Marioneaux vond in de Apollohal niet alleen een stel gemotiveerde jongens, maar ook zijn grote liefde: Esther, de moeder van Mattijs. ,,Mijn stiefvader is heel betrokken bij mijn leven. Natuurlijk praten we veel over basketball, de man was prof in Amerika en speelde later bij Europese profclubs. Hij geeft vaak aanwijzingen, goede tips. Ik ben nogal eigenzinnig en moet van hem beter luisteren naar mijn coach.”
Mattijs Hak, een jongen uit Mokum, wonend in een flatje in Bergen op Zoom. Een sporter die zijn droom heeft waar gemaakt, een betrekkelijk onbezorgd leven leidt en opmerkelijk nuchter is. ,,Ik moet realistisch zijn. Dit leven stopt een keer. Ik wil dan iets sociaals gaan doen. Dan kom ik zeker terug naar Amsterdam.” [André Stuyfersant, MUG Magazine maart 2011 | Foto: Hilco Koke]














